“Ach, iedereen is wel een beetje autistisch”

 

De afgelopen jaren heb ik deze zin regelmatig voorbij horen komen. En eerlijk gezegd blijf ik er iedere keer weer een beetje van opkijken.
Niet omdat ik niet begrijp waar iemand die uitspraak vandaan haalt, ik snap best dat mensen zichzelf herkennen in bepaalde kenmerken van autisme, maar omdat ik weet hoeveel impact autisme op iemands dagelijks leven kan hebben. Ik vraag me dan steeds af: “Wat wil je eigenlijk zeggen met zo’n opmerking?"

Onlangs hoorde ik het nog in een gesprek. Tijdens dit overleg zei iemand tegen een cliënt met autisme: “Ach, iedereen is wel een beetje autistisch.” Een ander haakte daarop in: “Oh ja, ik heb ook absoluut wel iets autistisch.”
Ik zat erbij en dacht opnieuw: “Wat voegt dit toe?"

 

Natuurlijk, iedereen herkent zich wel eens in kenmerken die we ook bij autisme zien. Behoefte aan structuur, moeite met veranderingen, een vol hoofd hebben, behoefte aan rust of helemaal kunnen opgaan in een hobby. Dat maakt je nog niet autistisch.
Het zit niet in één los kenmerk. Het gaat om het geheel, de manier waarop kenmerken samenkomen én vooral om de impact die ze kunnen hebben op iemands dagelijks leven.

En juist daar gaat het voor mijn gevoel mis met de uitspraak “iedereen is wel een beetje autistisch.” Zonder dat je het misschien bedoelt, kan het de problemen en uitdagingen van iemand met autisme kleiner maken.

Alsof het wel meevalt.
Alsof iedereen dit toch herkent.
Alsof iemand zich misschien gewoon wat minder moet aanstellen.

 

Terwijl de werkelijkheid voor iemand met autisme heel anders kan zijn. Ik ken mensen die dagelijks te maken hebben met overprikkeling, sociale situaties die enorm veel energie kosten, moeite met de onvoorspelbaarheid van het leven, een hoofd dat maar moeilijk tot rust komt en voortdurend moeten nadenken over dingen die voor een ander vanzelfsprekend lijken.

En dan heb ik het nog niet eens over bijkomende problemen zoals angst en depressie.

Een groot deel van de mensen met autisme die ik ken, heeft zich lange tijd anders gevoeld. Niet passend. Niet begrepen. Sommigen zouden zo graag gewoon eens "normaal" willen zijn. Niet steeds hoeven nadenken over hoe je overkomt, wat iemand bedoelt, wat er gaat gebeuren of wanneer die overprikkeling weer toeslaat.

 

Juist daarom raakt zo’n ogenschijnlijk onschuldige opmerking mij.

Niet omdat je jezelf niet mag herkennen in bepaalde kenmerken. Natuurlijk mag dat, maar wanneer iemand tegenover je zit die vertelt hoe ingewikkeld het dagelijks leven voor hem of haar kan zijn, zou ik je willen vragen om het gesprek niet naar jezelf toe te trekken.

Als je bedoeling is om erkenning te geven of te laten merken dat je iemand begrijpt, kun je dat misschien op een andere manier doen. Bijvoorbeeld door te vragen hoe het dan is voor die ander of door te vragen:
“Ik kan me voorstellen dat dit voor jou veel verder gaat dan de dingen die ik bij mezelf herken. Wil je me daar meer over vertellen?”

Naar mijn idee is dát wel de belangrijkste vorm van erkenning: niet zeggen dat jij het ook een beetje hebt, maar proberen te begrijpen hoe het voor de ander is.

 

Wil je zelf ervaren hoe het kan zijn om de wereld vanuit een ander perspectief te beleven? In het AutismeBelevingsCircuit neem ik je op een praktische en ervaringsgerichte manier mee in verschillende aspecten van autisme.